Compagnie M experiment à la couleur locale

Zoals heel veel mensen ben ik de afgelopen weken als een blok gevallen voor de héérlijke patronen van Compagnie M. Volgende week komen er uit België, samen met hoog bezoek (de grootouders van Petite Bout de Chou), ook heel wat langverwachte stofjes aan en dan kan ik eindelijk aan de slag om mijn versie van Mara, Louisa en de heerlijke Swing Skirt te maken.

Toen ik het patroon van het Mara-bloesje voor het eerst zag, was ik in de zevende hemel dankzij de superschattige vlindermouwtjes die in het patroon terug te vinden zijn want die wou ik al oh zo lang oh zo graag maken, maar … hoe begon ik daar in hemelsnaam aan?

In afwachting van de “real thing” besloot ik de vlindermouwtjes en een aantal andere techniekjes in te oefenen met wat ik het ‘experiment-tuniekje’ heb gedoopt.
Als stofje koos ik voor wat couleur locale: een batik, hét van hét hier voor het moment in Burkina Faso.

Het maken van de mouwtjes bleek, dankzij de heldere uitleg van Marte, a piece of cake en is wat mij betreft met schattigheidsfactor 10 voor herhaling vatbaar.
Om het tuniekje nog wat extra punch te geven, besloot ik ook een tutorial voor een “gespleten rug” (klinkt vreselijk maar hoe heet dit ook alweer officieel??) uit te testen. Maar een kleine onoplettendheid – zou dit te wijten zijn aan de kruipende baby rond mijn benen tijdens het naaien? – zorgde ervoor dat de split uiteindelijk aan de voor- en niet de achterkant kwam. Een te diepe décolleté was daardoor onvermijdelijk maar dat kon ik, voor een testversie, wel door te vingers zien.
Zowel Petite Bout de Chou als ikzelf konden wel leven met het resultaat van het tuniekje. Benieuwd wat jullie ervan vinden ….
Genoeg gewacht nu … meneer/mevrouw vliegtuig, kom nu maar snel want Mara en Louisa roepen me!

Er was eens …

Er was eens …

… een superschattig patroontje (beter gekend als de ‘Tea Party’ dress van Oliver and S) dat me twee jaar geleden op een zekere dag vanop mijn laptop smekend aankeek. Bij één van mijn bezoekjes aan mijn familie in België vond ik in de stoffenkast van mijn moeder twee ideale stofjes en meteen ging ik met stof en schaar aan de slag.

Dat haast en spoed zelden goed zijn, moest ik bij mijn terugkeer in het zonnige Burkina aan den lijve ondervinden. Bij het overnaaien van de patroondelen bleek dat ik bij het knippen over het hoofd gezien had een deel van het rokpand in spiegelbeeld over te nemen. Met het oorspronkelijke stofje duizenden kilometers buiten bereik, vloog het ‘jurkje-to-be’ met de nodige frustratie en een grote zwier achteraan in de naaikast.

Nu twee jaar later, en onze kleine ‘petite bout de chou’ rijker, besloot ik me nogmaals aan het jurkje te wagen. Het stofje was ondertussen viavia terecht gekomen en één naaidag later was mijn schattige jurkje, twee jaar na datum, eindelijk klaar. En net op tijd want aangezien onze bout de chou groeit als een kool kan ze het nu al aan om er overal mee te pronken.

En mama, die is superblij met het resultaat!

Het uiteindelijke resultaat. De stofjes zijn Zuid-Afrikaanse Three Cat stofjes die ik online kocht.

Petite bout de chou in mama’s droomkleedje  … eindelijk!

Ziet ze er niet ‘preus’ (voor niet West-Vlamingen trots) uit?